Het zere been

Grijpstra en de gierige graaiers, maten-naaiers verpakt als verkeer of parkeer politie, justitie officieus vuistdiep in de peuter-seks. Links-rijders terwijl hij relaxed versnelt en wel richting aangeeft. De beleefd stinkende wonden van de zachte heelmeesters.

Rekenschap uit financieel belang verhangt zich waardig, het heerschap volgt helaas niet op, doch stopt bijkans nog wel de zakken vol gebakken lucht van peren. Hij wil echt geen oude lessen leren, of zitten op de blaren van vette jaren wanstaltig incestueus beleid. Maar leven en liefhebben bovenal.

Vol overgave draagt hij heden ten grave, de slaafse volgzaamheid zonder onderscheid en aanzien des persoon. Het lef dat besef vergt is niet wijds verspreid  of zonder haak en oog, er poogt paniek, retoriek en zeker lijfsbehoud, stoutmoedig en oprecht, was alles maar zo echt.

Hij is niet altijd boos, wel vaak teleurgesteld. Voornamelijk omdat alles dat hem vroeger is verteld veelal toen reeds achterhaald was. Geboeid in de klas, vergeefs blijkt achteraf. Het kaf maalt het koren en bakt terloops het zoete brood. Er is geen nood meer die niet deugdelijk ten gelde gemaakt wordt.

Per giro stort hij zijn druppels op de gloeiende plaat. Het volstaat nooit maar het slaapt vast beter. Althans zo dacht hij even totdat het ware leven zijn aard opschudde. De schone schijn verdween, daar scheen hebzucht aan ten grondslag te liggen. Geen rozengeur.

Soms denkt hij dat het even niet meer hoeft en zit dan bedroeft met de regen in zijn hoofd beeldend te spreken. Woorden weken in het wassend water en dan staat er niet veel later soms zomaar iets op papier.

Deze valse romantiek maakt niet veel goed maar wie het kleine niet wil eren heeft nog veel te leren. Dat is wat zijn Opoe hem bijbracht. De lach is vergeeld en de bedstee al jaren ontoegankelijk maar zacht nog in herinnering.

Al ging toen langs hen even vluchtig als ieder relevant moment. Maar als de schoen wringt, danst hij desnoods blootvoets. Het schurende zand verslijt de oude wonden. De jonge zonden bevechten nog hun plaats, geen haastig verhaal dit maal.

De schijnende verlichting ontlokt geen verplichting maar deelt in gezichten zo nu en dan een lach, geen gezag gezocht. Trage verplaatsingen dagen langzaam uit, verweken tot maand. Het bestaan bestand tegen de krakende tijd, druipend vanuit haar belofte aan morgen.

Hij heeft enkel woorden al zijn deze zelden volmaakt of adequaat. Zij schikken in bedoeling onder maat. Opdat het lezen tussen de regels soms zorgen baart.

3+1 Gratis (468x60)

Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , , , , , , , . Bookmark hier de permalink.

One Response to Het zere been

Geef een reactie