Nevelen

Het is een kalme omarming waarin hij heden ten dage verstrengeld. Een vluchtig verzengende droogte vermengd met een luchtige lach en tranen van blijdschap. Waarvan de passen zich vast en krap aan zijn zijde scharen. Deze weidse gebaren beamen de voorname intentie tot vaststellen van passende referentie aan dit kader. Zij nadert met warme hand op bezichtiging vanuit zuidelijke richting vanwaar hij geen bezwaren ontwaart. Zij laat zich raden en gaat in haar vragen uit van oprechte besluiten. Hij buigt naar haar ruimte en gaat zich te buiten aan klinkende onzinnen vanwaar binnen het grenzeloze het broze vertier naar vorm zoekt.

Of wat hij boekt vooruitgang is?

Uren stuurloos langs de schaduwkant waar de verbanden in het losse zand hun sporen laten wissen. Daar hun listen verkwisten aan de tijd die lijdzaam haar taken voltooid ,haar rood plooit en behangt over horizonten. Duistere vermommingen welk haar ondanks deze bewondering uiteindelijk ten gronde zullen richten. Hij dicht zijn dank toe aan de verlichting die haar dekking hem zo belangeloos ter beschikking stelt al kent hij hiervan de gevaren. Zij waren reeds eerder aan elkaar gewaagd en alles gaat stuk, gelukkig is daar op geen uitzondering al is die bewering wellicht wars van nuance. Hij danst zelden en de kansen zijn vaak al verkeken ruim voordat de bleke maan hem verschijnen laat, op straat is zij de baas en hij verstaat haar.

Er ontstaat een dringende noodzaak aan voortvarendheid daar tijd zich niet anders schikt. De plicht roept besef en hij richt zijn zicht hierop. Het is of het bloeden van zijn pen op het onbevlekte perkamant hem laat vleugelen al went hij niet aan zijn hoogtevrees. Het beteugelt hem zo wees zijn ervaring eerder uit. Er klinkt luid gekraak aan de poort en zij dwingt hem naar hoe het hoort waarnaar hij belooft te handelen. Geen wandelen in 7 sloten gedurende dit avontuur het blijft puur al zijn de resultaten zo zoetjes aan wat zuur in hun afdronk.  Hij schonk een glimlach en zonk wat dieper in gedachten weg. Hij weerlegt het etiquette daar dit de aanstoot niet direct van passend repliek kan voorzien. Hij is bovendien nog niet aan het eind van zijn latijn, er zijn nog vele ontdekkingen te begaan waaraan hij vast de kracht ontleent. De bevreemding neemt zienderogen toe.

 

Een twijfelende twinkeling verbloemt de laatste ontwikkeling terwijl de schaduwen de vallende schemering verraden. De dagen laten zich traag en het kruisen der paden over aan goede zeden. De redenaars bereden de betogingen welk voor hun lede ogen ten ondergingen maar poogden hieraan toch enige hoop te ontlenen. De vreemde beweringen bestoken vermeende bekeerden en leerden van het frequente falen. De consequente verhalen waaraan uiteindelijk alles blijkt te zijn verloren. De morgen verstoort de stille verpozingen en de rozige doorn veinst nog luchtig de ontmanteling ongeschonden te hebben doorstaan. Niet ver daarvandaan baant blozend blik in zuchten van verlichting door de nauwe gangen in de richting van een onvermijdelijke ondergang. Dat het nog lang op zich laat wachten, een zachte troost.

Hij is blijkbaar ontevreden met de leegte en weegt er de vrijheid die schaars haar laatste dagen slijt. Er is spijt van de geduldige verzoening en de benoeming van het verval is al sluipend uit hun pruiken gekamd. Hij is bang en verlangt naar verstand al is de hoop daarop bijzonder vluchtig, het luidruchtig gebazel verbaast hem en stemt mineur. De sleur verkleurt vanaf haar middel dat zij onrechtvaardig in bezit dwingt. Hij is het kind van de rekening gebleken.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie