Cactus en canyon

Hij zou graag weer vaker verdwalen in haar dalen tot de zon zijn schaduw laat versmelten. Zijn helden spelen hetzelfde als toen hij nog kon herinneren welk geluk hem daar vond. Zij komt grommend tot leven en hij zondigt al is het enkel uit traditie en het gevoel dat niets hem nu nog stoppen kan.

Het asfalt danst en laat de beschaving achterwege, hij kreeg de leegte en heeft die zegen sindsdien meer dan eens gezocht. Zij mocht dat graag meemaken en vocht dapper tegen het verval dat er vooral nostalgisch uitzag als ook deze dag zich zo zachtjes aan wentelt in haar avondrode nachtkleed. Zij weet hem naar het schijnt tot rust te manen met indianen waarbij hij intrekt. Hij wekt zijn stoutste dromen en zegt terug te keren als hij niets meer te leren heeft.

Hij schildert winters en doet linten in haar haren, zijn gebaren voeden de leegte. Hij zweeg over de ware reden en dacht aan waar hij vandaan kwam. Hij wil maar al te graag begrepen worden, van iemand in dat leven horen dat het goed is. Hij beslist daar zelf niet over, gelooft zo veel liever haar al blijkt daar vaak ook geen succes. Lesgeld denkt hij dan. Hij kan er niets aan doen en zal het naar alle waarschijnlijkheid ook zeker niet laten. Hij praat in zichzelf, dat scheelt aan uitleg toch minstens de helft.

Te veel spijt in tijd die kwijtraakt, los staat van waaraan hij zich verbonden voelt, het lege doel en geen gevoel dat hiervan de plaats neemt. De ontheemde gedachten aan zij die zijn twijfel wegnam, het kan ook niet anders. Er verandert immers niets dus van verlies kan nooit enige sprake zijn. De pijn is louter wetenschappelijk en kan wat dat betreft geen schuld aanvaarden. De waarde genodigden zijn overbodig, zo troost hij zich en stapt op. De grap die nooit stopt lacht hij in de spiegel.

Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , , , , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie