Mineur Teneur

Er is bovenal sprake van enige noodzaak die nimmer aflaat, dieper graaft en dikwijls doordraaft om zich vervolgens zonder reden geheel te verliezen. Hij verkiest dit verdriet boven de sleur en haar slepende krassen die zich vast en zeker tekenen in de rimpels rond zijn lach.

Hij dacht er maar niet meer over en belooft aan haar die hem betovert als vanouds weer eeuwig zijn trouw. Hij bestookt de koude en een oude herinnering zingt zacht in zijn gedachten over zomers aan haar zijde. Het leidde hen tot niets en hem tot waar hij nu is.  Het mist, en haar flarden verbloemen de ramen, de namen van de straat. Er gaat niets meer langs hem heen, hij is alleen bewust.

De vlucht, de rust over haar schouder en hij nu daar zoveel ouder maar nog even vol met reden. Haar treden vermolmder dan voorheen dragen zijn kolderieke passen nog even wichtig, omzichtig en passant zonder handen. Hij verzand niet veel later in de rokken van haar branding en wankelt onhandig met de zon ten onder.

Hij wenst een wonder en zag de laatste door zijn handen glijden toen haar overvloed hem onverhoeds besloop, en hij hoopvol keek maar genadeloos faalde.  Geen schrale troost te bespeuren, enkel de kleuren in deze voortschrijdende tentoonspreiding van een mineur teneur.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie