Van huis uit

Hij draagt sinds kort de nacht aan haar op, hijzelf flopte. Het is zijn lot zo leerde hij reeds in lang geleden. De tevredenheid behangt de bange slagen van de klok en verstopt hen in zijn bokkenpruik. Een ontluikende kijk in haar keuken, een speels tafereel dat leuk en lichtvoetig geheel in de smaak viel, hij hield van haar zoveel was zeker, tot hij op staande voet werd verbeterd.

Hij breekt er nu zijn dagen in handzame stukjes, eet vruchtjes van verbod en bouwt zijn slot weer op, tot hij zeker nooit meer valt. De kalme gestalte van dit kleurloos vertrek omarmt zijn kromme ongenoegen en schalt de troost belangeloos de vroege morgen in. Hij heeft zijn zinnen al verzet, het bed verbrandt om geen sporen of verband na te laten. Hij praat er nooit meer over.

Hij belooft het haar.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie