Onwennig

Hij valt met verontrustend gemak weer in zijn vertrouwde positie, hij zegt het geeft niet maar laat niet het verdriet zien dat zijn hart groot verduurt. Het vuur brandt nooit lang, de vervangende leegte herkent zijn vragende blik en vult onhandig de ruimte met een snik in haar stem. Zij leek hem aan te grijpen, de tijd van spijten weg te smijten al was ook dit een mooi misplaatst moment. Hij kent de terugweg als geen ander, het is eenvoudig wennen aan iets dat nooit verandert.

De kanttekeningen hangen stuurloos starend aan hun korte lijnen, de fijne dag van gisteren. Hij mist haar toen nog regelmatig, speelt overdadig met gedachten en wacht op niets. Iets dat hij niet veel later dan ook kreeg. Geen veeg teken dat de leegte kon voorspellen, een niet voor te stellen troosteloosheid die hij spijtig al tijden kent ment hem naar zijn zetel waar hij deze zinnen schrijft. Zij blijft de intrigant, charmant beleefde dame die zijn hand nam zo pas geleden.

De rasse schreden van tijd keren hier niet op terug, een vluchtige zucht in haar rokken. Zij lokte hem met vlokken fonkeling in haar ogen, zijn poging afzijdig te blijven faalt. Hij haalt zijn schouders op en zet hen eronder, hoopt op een wonder en weet dat dit uitblijft. Hij schrijft al langer dan vandaag, kan zich nog vaag herinneren dat hij begon. Doofstom leek de wereld zich te schikken naar het ritme van zijn pen, hij kent haar streken zoals bekend.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie