Opening Gedicht – proloog

Hij had er uit zichzelf zoveel liever voor gekozen om rozen te betichten van clichematig gedrag, als hij haar lach zou omschrijven als de zon in zijn dag, al regent het pijpestelen. Zo zijn er vele zaken die hem kraken laten en hem onverlaat beletten zich behagelijk te settelen in zijn stoel aan het zolderraam.

Zijn brieven naar de maan bestaan ook enkel bij haar gratie, zijn adoratie voedt de stormen die zijn pen vormen laat verbeelden en heel zijn ziel bedreven langs het leven leidt. Hij strijdt met haar al dagen, toch spaart zij hem geen moment als hij weer staart naar het onbekende of rent met wolven.

Ze komt niet veel later in een golf van extase zijn verbazing verzorgen, zo weet hij morgen vlak voor hij ontwaken zal.

Dat voorval leest u wellicht later.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie