Opening Gedicht Pt.2

Hij zoekt naar relevantie, krijgt alleen de kans niet als zij danst. In haar walst een weelderig beloven en verschanst zich en passant. In zijn gapende chaos woeden branden en verdoven met een donderend kabaal al de zinnen die hij schreef in dit eindeloos verhaal.

De stalen ketens borgen principieel zijn intrinsieke consequenties, als hij de stilte onder ogen ziet serveert hij beschouwelijk zijn intenties De sfeer volstaat en kaarslicht bloedt in al haar overvloedige verschijning, in een mijmering voor later en een vluchtige kus voor zijn verdwijning.

Wazig weven wolken van wanstalten de gevallenen een warm en welkom web, in haar overvloed ebben stemmen van verzet en zo redt zij hem. Hij kent de beklemmende oorzaak en went aan haar vaak scherpe rand maar verliest zich toch even later nog in haar speelse glans.

Hij zal als hij eens voor haar staat niet beloven dat ‘t nooit meer overgaat al laat hij daar de tijd over beslissen, hij wil haar graag blijven missen. Al is zij hier mijlen ver vandaan en vertrekt de maan weer uit zijn raam zal hij uit naam, eer en geweten haar nooit kunnen vergeten.

Een understatement.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie