Oude kennis

Hij moet haar haten, om de staat van zijn vergaan niet bestaan te laten, als de schemering de straten veegt en hij zich leeg naar huis begeeft weet hij het zeker. Hij rekende zich rijk maar lijkt naar nu blijkt niets te betekenen. Hij schuift de rekening terzijde en melde zich hier prompt tegen te verzekeren.

De angst voor levenslang zit hem dwars, de tijd knarst en walst met zinderend verwarde stappen door de nacht, hij buigt en barst niet veel later in haar tranen uit. Zij besluit tot een ruiterlijke verduistering en kruipt fnuikend nog wat dichter als hij gebroken naar haar wuift. Hij schuift de overgave bij haar buit, en fluit iets van Janis.

Een oude kennis.

Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie