Schepen zinken

Er is altijd een moment dat het doordringt, dat het doorklinkt en de echo door de mist flits en hij zich weer vergist lijkt te hebben. Hij blijkt het sterven toch te vroeg te hebben afgeleerd, de verweerde dagen dragen enkel tot het een keer wel lukken gaat. Het staat al vast en tijd is altijd een gewillige kwestie. De les die hij al zo vaak had opgeschreven, een leven lang, en hij hangt op.

Nog een traan en het stopt, het slot ligt roestend in het zout te wachten tot de kracht hem gebroken heeft, hij zijn leven geeft of achterlaat op een winderig perron. De gonzende weemoed waarmee zijn slapen hem bonzend wakker houden, de oude vlammen flauw dwalend en vergeten ergens op de achtergrond. Hij wil niets liever dan het zilte zand weer voelen schuren in de wond zoals vanouds en nimmer echt geheeld. Het te veel is ook maar een moment en hij is geen onbekende van die definitie al is ook die niet volkomen sluitend. Het is minder stuitend dan het alternatief.

Levenloos en verraden, het leek zo onbereikbaar en nu staart er weer een jaar naar de verloren lach die achterbleef in lang verleden. De gebeden zijn verstomd en de hoop vermolmd, nu de vlucht naar rust zich lustig verwenst is de grens weer haarscherp in beeld. Er is veel, te veel, en nog meer spijt.

Geen tijd.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie