Vertellingen van toen

Hij zoekt naarstig naar gevoel in het koele alfabet, doelloos roepend om affectie zet hij zijn gedachten naast zich neer, keert zich weer naar binnen en zint op een wellicht ijdele vergeving. Hij beleeft zijn dagen in sleetse kleding en rookt kettingen tot zij beter kleuren bij de sleur van deze benauwende berekening en de dag die zielloos aan haar voeten ligt. Een bericht uit ver hier vandaan spitst de oren terwijl het huilen naar de maan zich even aflaat, tot zij staan gaat en hem wentelt in een radeloze aanblik. Hij slikt zijn geloof in en wikt tot hij een ons weegt, de regen veegt het klamme zweet van de hand. Zijn verstand te boven vloog zij over en verliet met gelijke overtuiging, zijn buiging is echt.

De rug recht en vol moed, goed of minstens wars van vals belang, de oude gang is haar kraken niet verleerd. Hij beheert zijn angst en mag weer met haar dansen. Een bijna Frans chanson uit traditioneel barok gesneden, de lede ogen gleden zacht richting haar passen en lieten zo de tevreden dagen achterwege. De stekende verassing begraaft haar lede lange nagels tot het bot in zijn rottende geluk en vlucht achter het gordijn tot ook dit stuk ten einde loopt. De wijn stroopt licht verteerd langs verweerde huigen, struikelend spuit zij haar besluiten binnen welingelichte kring. Het is dringend zo lijkt hij te aanvaarden, de zorgen baart hij later.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie