Vluggertje

Met het slot weer op haar plek en de gekte veilig afgedekt trekt hij de deur achter zich dicht en rept hiervan enkel op de gebrekkige momenten dat zij aanslaat. Zijn bestaan bestaat bij gratie van de maat die hij zich zelf geregeld neemt, zij laat zich zeker niet ontvreemden van al dat zij hem ontleend.

Hij weent en weet dat listig te verbloemen, roemt haar woensdag tot ze groen zag van het suikerzoet benoemen en zich niet langer kon verzoenen dus haar schoenen naar hem smeet. Het leed is reeds geschiedenis, al was het mis kon hij niets anders doen dan hieruit concluderen, als hij nog even doorgaat is ze weldra uit de kleren.

Het zal hem leren.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie