Blauwtjes

Niet dat hij ooit wat uitmaakt, braakt hij tot ze overgeven , al was het deze keer maar liefst wegens zijn aangeboren drang tot leven. Ook heeft hij nimmer de nachten geschuwd, hun ruwe klanken kluwen met rauw geklauw en duwen het donkerblauw onder zijn tong. Hij vond haar langs de gerezen vraag, dansend om vergeving, in schijnbewegingen van zijn beleving en volgens recept van zijn genezing.

Ze laat zich niet lang vangen in de wrange gangen van oorzakelijk verband, terwijl ze hem mompelend naar haar hand zet, doelt hij treffend en behangt haar in zijn achterland. Tot verstand hem wederom in het duister laat tasten, belast met een schat aan vaste overtuiging, valt zijn buiging in barsten tot duigen. Een gebruikelijk aanschouwen waar de wouden willen en de willen wouden, alles blijft bij het oude.

In vertrouwen

Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie