De kleur alleen

Hij zaait verwachting in de leegte die zij achterlaat, het staat na dagen al vele meters hoog. Hij poogt te doorzien of hij misschien moet snoeien, terwijl voor zijn ogen haar dromen bloeien waarin zij hem terstond verboodt.

Hij doet uit noodzaak zijn beklag al zag hij de bezwaren, de zorgen baren en het einde van de dag. De vlakke lach zakt weg, hij ontzegt zich het recht op uitleg en schreef daar pech aan toe. De vermoedens gestoeld op niets dan ervaring, voor weerleggen is hij te moe.

Zo wuiven de weken hun vergetelheid in trage slagen langs zijn ruit en rijten zo de dagen tot een vaag besef als hij besluit de schimmen uit zijn wijze gang te vegen. Zij oversteeg de chaos waar hij overweging weeft uit zijn geleden zegen, als ook zijn spijt betuigt. In lang gevallen steken.

Onbetekenend gebleken.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie