Deelnemingen 2

De belusting rust zich tegen het gevallen schemer, hij neemt er een glas bij en wijst naar de leemte brekend aan zijn ginder. Voor minder gaat hij er niet bij zitten, de middelen zijn schaars zo bemerkt hij al eens. Zij wees hem meermaals op de gevaren en leest hem wederom de les. Het is het beste.

Aan de wieg van dit verval kermen kieren kalm hun zalvend lied, hij ziet de waanzin en verliet hiermee de kamer. Ontschoten namen zwieren statig langs zijn ramen op de klanken van dit eindeloos verdriet. Zij ontkwamen in het niet onder schaamteloze schilden, de wilden gemaand tot onverschillig kil & verwoven in stille verminking van haar tij.

Het kan eenvoudig beter zo leest hij. Hij besteedt er geheel zeker een leven en schenkt hier uit rekenschap wetenschap zo staat uit naam geschreven in de kantlijn van verleden geschrift. De driftige schifting van giftige kift en blikken van dodelijk schitterend verlicht, oprechte lessen als gezegd.

De uitweg vrijblijvend vertaald en onder invloed, gebroederlijk voedt hij zijn roeping en behoeft hierbij noch verzoeken te doen. Tot waar schoenen wringen uit enig fatsoen of zwerende blaren de gevaren ontbloten. Verschoten pogingen sieren hun zo mogelijk schier besluiteloze pose in het verleggen van sloten als hij buiten wacht op lopers en een koningin.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie