Deelnemingen 1

Uit het leven gegrepen.

Het knagend geweten dat pijnlijk de zegen van zijn dagen draagt, hij vraagt zich af nog voor hoe lang. Een angst gevangen in zijn zucht naar morgen, een verlangen in zijn vlucht naar meer, zeer waarschijnlijk en keer op keer. Haar veren verweren in een stoffige belofte, hij mocht er nog graag aan denken en lokte verder niets uit. Buiten bekruipen de nevels haar gevels, scheef en grijs streeft hij naar de wijze tekenen van haar verbeelding aan de monding van zijn pen. Hij kent hen al sinds dit kinderlijk genoegen hem droeg op haar vleugels, teugels in zijn handen vier in een sierlijk galop. Opzichtig klopt hij af en stopt de tijd. Bereidwillig blijkt zij enkel voor hen die haar geloven na beloven dat echter niets is wat het lijkt. De rijke geesten feesten in de vrije achtertuin, bazuinen niet te pruimen nonsens en ruimen dan het veld. De echte helden voorspellen zodanig en beamen indien gevraagd. Hij gedraagt zich uitdagend onder fundamentele bezwaren en beklaagt haastig de verborgen gebreken. Zij keek naar zo bleek de kat uit de boom maar begreep hem toch niet veel beter. Beleefd het gegeven vergeten.

De regen in stelen pijpt de velen nat, spettert nog na als hij op straat vraagt hoe laat het is. Hij mist haar is het antwoord beslist. Een beslissing die licht vergistte, de oprispingen pist hij later hier uit.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie