Fraude

Het duurt maar even en dan zal hij geen storm meer zijn, de jankende pijn in zijn schedel wijst hij af, te laf om te weten waaraan hij sterven zal. Het ligt besloten al wil zij daar waarschijnlijk niets van weten, hij rekent er hoe dan ook niet meer op, het verlies leed. Geen spoor van spijt weet zijn weg te vinden, te blind voor de verzinsels die zij strooit uit haar hoge hoed. Het bloeden stopt.

Hij is gefopt en schopt zich nog maar even, nu hij ligt, overleven geeft ook geen teken en verdwijnt nergens naar terug. Even vlug naar de trage verslagen, geen vragen die er meer toe doen, de roem is onfatsoenlijk. Hij loenst aandoenlijk naar de ontboezeming en drinkt moedig. Addergebroed en zoethout kauwend brouwt hij wild al zou zij daar ook geen begrip voor tonen. Het loont niet.

Het duurt nu al weer even en de storm zwelt nog, geen held te bekennen en hij rent niet voor de hond. Hij heeft daar eens wat van gevonden, maar kon niet langer. Op zondag gromt zij in de gang naar het schreeuwerige behang en wankelt door naar buiten. Geen gefluit.

Dus laat maar.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie