Gebaren

Voor afscheid geen tijd in welvaren, de gebaren moeten volstaan. Het voldaan genoegen vervoegt zich partijdig, begaan met dit strijdig belang. Haar zang dan behangt stramme leden, met klank warm en tevreden, als zij reden omslachtig verkleden tot lam.

Er jouwen apen uit mouwen hun bergen goud gapend in stoute verhouding & blauw. Hij rouwt korrelig zout aan haar louterend dal en ontvouwt hier trouw zijn herhaling. Zij betalen bij benadering in het kader van ontwaarding en zijn noodzaak tot passend verhaal.

Allemaal geschokt geschoffeld en stuk voor stuk kapot, hij trommelt nog wat rotzooi op en plaatst dit op zijn kop.

Trots op zijn rots.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie