Jou

Hij denkt, danig interessant, een tikje bijdehand, zonnig met een wolkje onbeholpen verstand, hij noemt haar nonchalant parmantig als ook lichtvoetig en galant. Het kan alle kanten op, een knuffelkus of een schop naar de klote. Hij heeft besloten hoe dan ook en zondert haar geloof uit zijn gewoonte.

Omgekomen.

De dromen stromen in de vallen die hij kalm aan haar kant verplaatst, de verbazing stijgt razend naar de spiegel en weerkaatst traag de lome middag tegen het verveloze hout. In het drieluik zag de vreemdeling hen springen naar het woud terwijl een wild besef zich in de rimpels van haar lach ontvouwt. Van het verlaten is geen sprake, kraakt de rand in kou. Hij luistert nauw. Spreekt niet

Berouw.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie