Koffiedik

Als later komt.

Zijn stomme mond zich niet meer roert om dromen los gebroken op de vloer. De krukken schouder aan schouder, zijn haren vet, slapen grijs en ouder. De glans verliest. De drieste bezinning kiest voor nog eenmaal hetzelfde. De bekende wenken, dan sterven. Zijn erven alhier, vergaan.

Hoe hij belooft haar te bewaren in de spaarzame schijn van jaren dat geluk nog heel gewoon was, het leek zo pas. Geleden.

Er is geen moment dat hij haar niet wil, als uren stil zijn dagen slepen langs de kille zuchten in de echo van haar lach. Hij mag haar graag en wil houden, de koude verlamming ten spijt en de oude wonden gereten in tijd vergeven. Het heden leven.

Nog even.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie