Kruisingen

Hij zweert weer bij de kleuren van de treurnis en dicht de vensters tot zij keurig in haar sleur bedaren. Een karig bestaan dat in grootsheid en faam de verwachting ruimschoots oversteeg, hij kreeg geen brieven of zweeg daar over. Hij klautert van boven het balkon in doofstomme verachting naar de lach van zijn wachtende ontsnapping.

Hij stapt in.

Geen verzinnen aan de lustende vlucht waarbinnen de vruchten van zijn beleving beducht naar vergeving slaan. Achter ramen staan sterren zich proper te poetsen, begaan in de koetsen van gegoed fatsoen. De graven zijn braaf als raven staren naar het zwarte kleed dat glanzend hun blikken versneedt, alwaar zij haar rakelings passeren belerend in gevoegelijk een tere nuance van toen.

Onbenoemd gelaten bergen zij graten, pratend over roem.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie