meevaller

Hij wil strijdend ten onder, zijn handen gebonden en de zonden zwetend uit haar blonde mond. Verafgod de afgrond en verdomt is hij gevallen. Knallend in opspraak en danig geraakt waken de verstotenen over zijn vruchten en naakt dat hij in verwildering schildert maar betekenis laakt.

Hij maakt het ooit nog af, de eindeloze straf voor het oog van de meester, beleefd gewezen op de ontevreden leegte en het besluiteloze lot. Een potsierlijk schot voor open doel, gevoelloos de mist in, beter kon hij niet verzinnen en dicht zich een kist in.

Iedereen wint.

Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie