Mooi niet

Zij maakt vrede zonder een strak pak, bakt dan het kaf vol koren af tot zoete broodjes en hij genoot hiervan aanzienlijk. Een verdienste minnelijk geschikt. Hij likt zijn vingers af bij haar gebaren, staart nog dagen naar haar navel vorens zich af te vragen of de gedraging haar wel past. Een oude jas opnieuw gewassen, het was alles uit de kast. Zo dacht hij vast en zeker.

Zij leek hem meesterlijk gemeen, enkel en alleen op intuïtie. Zo speelt zij uit traditie in de geesten van voorheen onder uitstekende condities tot opeens de wind draait. Zij waait in krullen, keurig en voornaam vanaf haar zetel naar het raam waar de maan zich meet met haar schittering en vreest dat haar faam terecht is. Hij wist het gisteren al, en mist vooral haar.

& de waarheid.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie