Nu

Takken zwaaien langs het venster, ernstig slaan zij naar de straat. Het is al laat en hij heeft nog niet ontbeten. Het is het waard zo moet u weten, althans zo dacht hij het zo pas. Wat was blijft achterwege. Hij leegt de asbak voor de laatste maal, een lang verhaal is zijn vermoeden, maar nooit een goed excuus.

Daar werdt ook geenszins naar gezocht zo ook bestond er geen verlangen naar de schaamte van de bange dagen die hij sleet. Hij weet het beter en leest dat graag zo voor. Met een glimlach verloren aan zijn verstoorde gehoor en zijn hoop. Zo sloop dit met de ondergaande zon, van de muur en over het balkon ten onder.

Hij is gelaten, alleen een beetje moe.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie