Overweg

De regen zegent de leegte nu zijn weg weer leidt langs dalen en in vege herinnering verdwaalt. De verhalen vertaald hij in een zaal aan de oevers van zijn genoegen. In de vroege morgen die hem zorgelijk bezingt. Er klinken luchtig kroonjuwelen, oogsten verblindend luchtkastelen en verhoping van berouw. De gebouwen oud berusten in het koud verval gestut door zijn roeping van gewezen als & zal.

Groen en kalm ziet verjaring de walgende walmen gepaard gaan in onachtzaam gedrag, de vlag niet wit of wazig besmeurt de glazen met vals schijnsel van haar lach. Gedachten razend ontkracht en vol van overtuiging buigen de gebarsten scherven tot een sterven aan bedervelijk geluk. Hij plukt de dag nog vlug voor hij afslaat en overgaat tot orde en gezag. De nacht roept en hij doet wat zij verwacht.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie