Selene

De bekering volgt zijn passen van belering op de voet, de radeloze stoet vermoedens verschuilt hij achter in zijn boek en voedt de storm in zijn zeilen. Hij krijgt er vast nog tijden van bezinning aangereikt, als hij leest hoe haar afwezigheid zijn spiegel slijpt tot zand.

De herkenning verhoudt zich in gebreke van haar remming, hij tekent op uit haar mond en schetst de lemmingen wankel aan het slappe koord. De verstorende val van de gevestigde orde gesmoord door haar zorg voor woorden ter ore. Bekoring deelt verloren in dit moment.

Zijn ontkenning rent gevat met maskers van de nar naar de starre trap aan warmer getijden, hij bijt er blij haar nagels af en krast met hen bevrijding. De peilloze diepten onderwijl beschreven geheim het gegeven, beleefd lijnt hij haar pijn met rijm en vergeeft ‘t zijne aan haar leven.

Een streven uit het schemerig vertrek, de bedden leeg en wekkers werkeloos terzijde, de tijd rijp voor nieuwe bewijzen. Later als hij groot is, en wijzer.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie