Uitlopen

Hij schrijft heimelijk zijn laatste rijm aan haar, in maart ziet hij verder. De letters verzetten zich hevig als hij stevig en ferm zijn pen omklemt. Zijn hemd losgeknoopt, mouwen opgestroopt begint hij en ziet wel hoe het af loopt.

Hij knoopt zijn oren dicht met licht dat zijn jaren wijs beklonk, dronken of niet schonk hij haar bij tot de bonkende spijt zijn lijden verspreidt in de vallen van aanzien. Hij zou misschien wat scherper snijden als de tijd zijn lijden minder lust.

Zich niet bewust van aanstoot schoot hij zijn sloffen uit, de gebruikelijke buiteling over het redeloos toneel. De bevelen volgen spoedig en hij roept luidkeels op tot het vergoeden van vergeving. Beleefd als zo even daarvoor & schor vooral.

Ze valt als de sterren die voor haar de verten verkenden, het talent dat de rente betaald als de taal zich spontaan laaft aan falen. Bij herhaling is hij haar schuldig meer dan de gulle lach waarmee hij dagen begraaft in het mulle geduld.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie