Vergeven

Hij sluit het binnen buiten en gaat uit. Geen dapper besluit doch een bittere noodzaak.

Hij zal afscheid nemen zodra de tijd zijn wenen staakt, hij maakt zich op voor de winter en verklaart dat de zin hem heeft verlaten. Geen praatjes meer te dichten en geen gaten meer te zien. Het is verdient, zo was thans de gedachte. Hij lacht en zag de hoop vervliegen, de dieven riepen nog om meer. Zeer en ontevreden. Het leedwezen neemt de benen. Hopend op verdoving belooft hij de wonden te hechten, het echt te beslechten met niets dan beschikken in dit lot. Kotsend en verrot knoopt hij een strop van gestotter en stapt op van zijn stoel. Doelloos voelen naar de koelte waar eens hartelijk huisde, kliekjes en pluisjes nog wuivend in de hal. Een geval apart vooral.

Zij weet dat het niet kan duren, de uren zijn geteld. Geen geweld dat dit tegendeel zal bewegen, gezegend met leven dat nog rest. Moet dit het beste zijn. Fijn omlijnd in herinnering en de pijn vergeten. Zij kan het weten en hij leert.

Af.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie