Weerzin

Het is altijd een kwestie van geloof, dat hoopt op lovende kritieken. De zieke waarheid in repliek mijdt dit geheel. Teveel voor hem, en nu scheel van verlangen en bang voor verlies. Hij kan niet kiezen hoe dan ook. Als de rook zacht de avond in haar prachtige lach behangt, dansen vragen in zijn ogen en verhangen zich in gedachten aan alles dat ontbrak.

Een oppervlakkig gemak als de dag zich meldt, er gelden geen regels van voorheen zo stelt hij zich terdege. Als even en noemt het geluk. Alles gaat stuk in beloven, of hij nog boven komt… Het zal vast verstommen op een zeker en vast moment, hij kent het nog van ooit. De fooi van mooi en het geweten prees het sleetse pad. Meer zat er niet in, zinloos en nooit voor het gewin.

Als binnen schuld verschoven wordt, en kort de blikken kruisen is het huis te klein, de pijn te groot en doods dwalen zij eenieder naar hun kant. Geen hakken in het zand of verbanden te verbreken, het bleek gewoon. Een droom.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie