Woeiend

Zij waait, draait en zwaait zwierig, in de kieren van zijn kamer zwerft haar geur. Zweeft nog in haar wervelende passen naar de deur achter zich gesloten. Hij stopt zijn lach bij onverhoopt gedachten en overige zaken waarmee hij zacht de dag laat kraken in haar gevoeglijk gezag. Haar mag hij graag om redenen buiten deze. De vrees laat zich niet bewezen uit als zij besluit dat de tijd is gekomen. De lome zomer sleept haar mantel langs de vensters, hij wenst haar dromen en zendt haar een brief. Ze is lief en stormt vlinders.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie