zWaaien

Het volstaat.

Hij liegt nog eenmaal dat het gaat, er geen is en vaststaat of in de weg. Hij zegt wel vaker niets, om iets in het bijzonder of gewoonweg te passeren. Het leren is gewenning, enkel een erkenning van zijn eindeloze uitweg. De rechten verplicht zwicht hij voor vrede, de zwaarden bebloed en de woorden geslepen. Dapper daveren de redenaars in draf vanuit hun graven, bazelen en stamelen verdwaast en verlaten. Happend naar adem en badend in zweet, snakkend naar leven dat gleed uit het glanzende schemer.

Een geestig vermoeden dat wemelt van wansmaak, kraakt van benoeming maar blijkt stuitend in noodzaak. Hij kon er vaak om lachen bij nader inzien.

Straks niet, later misschien.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie