Aftaaien

Hij versneld wat over rechts, zegt zijn pech de wacht aan en strooit vermaning uit zijn open raam. Hij kraamt er ziel en zaligheid, maalt er splinters van zijn tijd tot wonder en verbazing. Zo was er laatst een toeval dat zijn glazen vulde. Een gulle minnares in een te dure les en niets dat bleef van wat hij wilde.

Verminkt en stil woont hij hen bij en wenst zich zonder pijn terwijl het ritme hem verleidt tot dansen. Zijn handen leeg en de wanden stoffig met verleden. De vrees verweet hem vaker zijn taak niet te bevatten, hij zag er niet naar uit en bracht de vlakken wat op kleur. Borstelt dan zijn manen en veegt de ratten uit zijn sleur.

Deur dicht.

Hij zwicht voor de eenvoud en houdt zich aan haar regels. Het was een schijnbeweging zo kreeg hij te weten. Hij schildert nu tegels met zijn zin over leven en weeft stilte tot warm tapijt. Met wijsheid en verzoening in de voering. Moeiteloos en stoer lapt hij zaken aan laarzen tot grote beroering van de wazige bazen en slingert wat rond aan het roer.

De loeren gedraaid.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie