Blaa-tjes

Kent u de meisjes van beloven, zij smeren heren in van boven met stroperige boter op de hoofden en oogsten zo de dromen uit hun zak.

Met gemak verdwalen de verhalen in de taal die hij niet spreekt. Hij zwijgt al weken, tekent voor zijn leven en verlaat dan toch het feest.

De leest waarop hij schoeit vloeit verslagen in een vloed van schimmig schemer gloeien van een kaars. De razende verbazing weerkaatst.

Op de treurige tegels tadeloos geregeld in al hun glans. Geen dansen op dit streeploze verwantschap hangend in de stervende tonen van een kans.

Lansen breken in veeg verleden om niets dat een reden verdient, hij raakt bevriend met hen die bleven. Levenslang gegeven.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie