Eeltige oren

Niets wijst op de prijs bij aanvang, langzaam dringen de bezwaren hun ware gezicht in het licht dat zich schrikkerig schikt aan haar blikken. Het midden blaat in al haar leegte tegen een beter geweten. Snedige leden in klagend grijs, de gelederen gesloten en verzekerd van wijsheid gegijzeld door lijzige ruggespraak reizen voor hem uit.

Kleuren vervagen en de dagen dat hij glans verstond verstomden in het gonzen van de wonden die zij sloeg. Hij droeg vroeger naar de zijlijn, wentelt pijn af in het refrein dat hij terloops ondervinden mocht.

Het wonder is nooit ver weg en hij zocht ernaar, al staart het hem vervaarlijk spontaan soms aan, ontdaan van noodzaak loopt het uit op een besluiteloze pose en mooie woorden. Verloren in het klinkelde gelijk van sporen uit een ander moment van geloven. Hij hoopt dat ze boven niets vegeten, hij heeft daar voldoende reden voor.

Geen gehoor.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie