Ont-snappen A

Hij wil ontsnappen, alles dat hij weet. Ontspannen weg van leed en liefst de pijn vergeten. Of wachten tot het sleet tot voor hij haar kende, of niet bleef. Hij rent de lente uit en stemt zijn toon op de wensen van wat komt. Hij is nog jong.

Als verdoving lonkt met zacht beloven en zijn tranen drogen in haar schoot is hij thuis gekomen. Laat dromen achter in de nacht. Gesloten deuren dachten aan haar kussen en brachten zich vlug tussen de regels van het spel, vel over been gestreken.

Gebreken in gebroken Engels leken schik te hebben, de plebs verleppen aan de wijn, vriendelijk ontkennen zij de prijs van goede smaak. Terwijl hij fijn de draak steekt in het weefsel van haar weerloze ontboezeming, zingend over roem en hoe dit vroeger ging.

Zinloos is de zucht, de nukkige krukken en de lucht vol rook. Spoken op de overloop als de lampen zwijgen in hun dreigend schemer. Hij neemt het er nu van, de krampen wandelen langs de plinten, ze verzinnen zich een breuk. Nooit echt leuk en het is winter.

Bijna.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie