Ont-snappen F

Hij schreeuwt weer uren naar de maan, soms huilt hij onverstaanbaar of fluistert zacht haar naam. Daar waar de flauwe schijn vanuit haar armen zich meester maakt, de barmhartigheid kraakt in galmend verval. De daken leeg.

Het dal, gestrekt aan dit wezen waarin hij kalm zijn geest vergeeft, de herinnering aan feesten bedanken haar beleefd en spuien huichel op het kleed dat hij weeft van al dat hen ontviel. Vol zielen, gelikte hielen dansend en gedwee.

Hij veegt het streven leeg, de degens kruisen de regels uit wat is geweest nog voor het sterft.

Zo vergeven de erven.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie