Ont-snappen G

Er is geen ruimte in het bestaan, de dagen zijn te vluchtig in het komen en zij gaan hun eigen weg. Zeggen niets en kwetsen liever niemand die oprecht beleefd. De verlichting schijnt verweest en hij stevent richtingloos naar evenwicht. Onzichtbaar aangedaan.

De streken overtreden in duizendtal de nacht, de ongeschreven regels krachtig in de pas met het hoestende verlangen naar gekoester. Hij moest er toch vanaf. Hij hielp de handen, klampend naar houvast. Het zand verliep in passend schoeisel naar de bodem van het glas, gebarsten en onaf.

Als om de hoek volgens leesten van weleer het zuchten zich laat kennen gaan zijn vleugels in de leer bij de hoeder van zijn nood. In doodse stilte en te groot voor dit theater. Waar aderen radeloos kloppen in de hiaten en er geen ruimte meer bestaat.

Hij raadt de uitkomst.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie