Rollen

Hij verslaat de tijd en draagt de droom in wijds gebaar tot waar hij bij de pakken neer zit. De kift dramt driftig op de kruimelige planken en strooit kwistig wanhoop uit haar tooi. Hij danst voor de fooi en eert het kleine, de zijne wisten zo.

Er draaien oude platen en rook in ringen.

Dringend genode zaken dwingen verplichtend als schichtig de schutting richting hemel wijst. Geen bewijs van goed gedrag, het gezag gezien en de lachende derde gebleven. De verdienste is geheel terecht en in het echt ook zelden de moeite waard.

Hij zaait er hoop en oogst er twijfel.

Als de gasten, gebarsten en lazeren van kansen is de gebleken verrassing niet voorhanden. De bange armen in de stilte schemeren, vol tekenen van verdoving en de rekening onbetaalbaar. Hij is daar niet gebleven en zwaait nog af en toe.

In het voorbij gaan.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het licht en getagged , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie