Verbouwen

De meters strekken, licht trekt tot voorbij de horizon zwijgend rond de middag. Ze zag als in de film, niets meer te willen en in stilte doof voor zijn geloof dat zij terloops terzijde woof tijdens het knopen van de strop. Hij heeft er niets gekocht.

De verraders slapen in de kruisen, hun ruifen kaalgevreten aan de ketting en de letteren der wet. Vet en vadsig snuivend aan bloedgeld en doodziek. Hij rekt de grenzen van zijn goed fatsoen, het is niet te doen beklaagt hij later. Ze staan erbij, en lijken.

Stapelgek, hij zet haar af en kroont een nieuwe nar. De starre schouders kraken onder het boos dat bar de glazen klinken laat. Geen staat van belang die hem op straat de ruimte geeft, toch heeft hij de sleutel en zeeft het zand, zolang het kan.

Het zijn de handen op zijn schouders, even oud als hij.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie