Wijnig tot niets

Hij legt de belofte stoffig van zich af,
het kaf gescheiden
& het koren
wuivend in de velden.

Behoeven droef.
Wijzer verstopt
voor helden.

Hij stelde niet veel voor hoorde hij haar denken.
Hij wenkt het venster
& stapt er op uit.

Buiten sluit hij het hoofdstuk
& proeft het zuiden
in de klanken van haar ranken ravottend in zijn glas.

Hij vult het tot het breekt
in stukken van zijn kraag
& zijn jas vol vlekken.

Hij laat verstek gaan.
Terwijl hij zich afvraagt,
waar hij voor staat en haat.

Te gelijk.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie