Zemelen

Hij zegt zijn bede in welvaren, schudt de hare verklarend uit het open venster. Hij wenst haar recht en zege. Hij heeft gekregen, gelijk de rekening en overweging.

Met wankele weemoed dapper in zijn pas druipt hij af, van de kruk en zijn lege glas aan dit schamel avontuur, de vlekken in zijn ogen en de rook in zijn jas zoekend naar vuur. Kozijnen kraken en deuren wijken wakend voor het wanstaltige aanstalten dat hij overtuigend buigt naar de sluipende gluiper en zijn matennaaiers.

Nu uitwaaien.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie