In opspraak

Hij verklaart zich nader in het kader van herkenning, het vraagt enige gewenning doch past het binnen het nu dat zich ontvouwt. In goed vertrouwen onderbouwt hij het vermoeden als zij zich in goed fatsoen verhaalt. De taal is bepalend al kent ook hier nuance haar plaats.

Haasten doet hij uit principe niet.

Het verdriet doet de ronde, in blond en minder kleurloos, een boosaardig genoegen met hinten aan vroeger en geluk op de proef. Hij vraagt zich af of het nog zin brengt terwijl zijn pen zich dapper mengt in het wonder dat er plaats heeft in zijn nachten van verwachting.

Onachtzaam in hun prachtige pose.

Hoofdstuk aan hoofdstuk met even zoveel broze beloften in stralende verlichting, de gezichten vroom in verplichting maar krakend in de naaktheid van het laakbaar gedrag. Hij zag haar op de avond dat hij wegliep, diep verzonken in het lonken van vrijheid.

Die zijn tijd hem zo zoetjes schonk.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie