Bikkelen

Hij kiest toch voor het troostloze realisme, het missen voorbij en vrij van verplichting in een richting die hij uiteindelijk zou mogen keren. Het leren gaat hem beter af, een straf zo blijkt. Al wijst hij nu haar rijkdom van de hand. Opgebrand.

Geen belang bij het verzanden in de vragen waar de dagen zich verhielden en de verdachten niet bevielen, hij past voor nieuwe vrienden. Een verdienste alom.

Hij is in gedachten over de horizon geslopen, heeft vrede gerookt met een sjamaan van naam en is opgelopen voor de schaamte in de ogen van zijn bloed. Hij wil goed en wel geweten kennen voor hij zijn ogen sluit.

Onderwijl buitelen de schaamtelozen doof voor hun geloften over boterige hoofden gebogen in het stof aan de voeten van dit flaterrijk festijn, zijn pijn onhoudbaar aangelijnd en bijtend naar de schenen van de beul.

Hij heult niet met de vijand, collaboreert bij vol verstand en ontkent de republiek luidkeels uit noodzaak meer dan trots. Hij kotst op de meesters met stemmen zo vuig, de huichelaars en tuig van de richel.

Hij slijpt hamers tot sikkels.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie