Brandweer

Afstoffen, op z’n sloffen.

Uit het grijs herrezen, de wegen vrij en leeg in het schemer waarin deze kans zich des ochtends baadt. Haar schreeuwen, geratel en rochels weerkaatsen in de straat als hij haar vraagt zich te verliezen in dit bovenmaats ontsnappen. De grap blijft achter in de bezwarende verwachtingen aan later. Zij staat erbuiten. Ruiten rammelen en scherven brengen hem dichterbij en vrij van last of brandende vragen. De wagens gespaard en de lakens gedragen.

Zoals dat gaat.

Naadloos over, zij belooft te geloven en hij hoopt dat ze waarmaakt. Welbespraakt en fijnbesnaard, gepaard met nobele poging. Het toonbeeld van oprecht in de ogen en het vechten zonder weerleggen of opspraak aangaande vermogen. Een ingetogen kleed en meters onwetend passant, de handen vrij aan schouders gebonden in rijen van vier en onhandig vermomd met geluk aan de randen. Hij heeft er ook nu geen enkel verstand van.

Ontkent de verbanden.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie