Inblikken

Hij wist nog dat ze loog al was ook deze poging doof voor hij haar goed en wel begreep.

Aan allen die hij begraven laat wenst hij voorspoed en het beste, de rest is niet van enig belang doordrongen. Hij bracht zijn tranen onder in zijn achterland, terwijl hij wist dat er meer van kwam. Hij heeft de zon weer in zijn rug en heet haar welkom. Even zelden voor zij vlug weer van zijn schouder week.

Zijn bleke trekken in de schaduw naar het oosten. Een loods wijst puntig met zijn knokige schichten, mistig flard het licht langs flitsen wit en bezit het begrip dat hem bekroop. Koper weent en hij besloop de gangen. Langzaam behangen met de schimmen van het verlies dat hij leed van winnen. Zo zinloos.

Liefkozen.

Zonder doorn geen rozen



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie