Staart

Er ligt nog zoveel verloren in de chaos en de morgen erna, waarin hij waadt in de resten van het beste tot voordien en de verdienstelijke verhalen die zij grienend achterlaat in de zomen van zijn jas. Hij veegt de as van het kwaad en borstelt de waanzin glansrijk kordaat met een been het graf in. Daar wijzen gelijken hem op de weidsheid tot waar zij hem grijpt en laat leiden.

Tijden veranderen en spijt kwijt zich lijdzaam aan het slepen van haar handen langs de rand van zijn gezicht. Een dicht geslagen boek dat uit de doeken deed dat zij zijn lede poging staken zou, niet rouwend klagen in de mis als een oude kwispelende bedelaar. Hij staart verlegen naar de overkant en belandt in een noodlot dat spottend zijn trots verwerpt, de erven zwervend als lachende derde terloops uit de zijlijn.

Uiteindelijk.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie