Venijn

Staart.

Hij schudt wat ruimte uit de kluiten van het gewassen ongelijk. Hij reikt naar adem onomwonden ondervonden in het slijk dat de haren achteroverslaat. Blaten als de laatste schoten klinken en lopen zwijgend in het voorbij. Hij laat vrij. Niets dat niets was geweest, de regels gelezen en de feesten beleefd. De wezen hoort zij niet klagen en de dagen tellen niet mee. Hij geeft er niet meer om al kon de klank wat milder. De kille stilte wil hij liever toch niet. Hij verliet. Zij die niet konden kiezen tussen verliezen en een noodzakelijk zijn. Zijn wijn is zonder water, haar kater bijzonder vilein.


Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie