Wortel

Trekken.

Hij schrijft weer in de lijnen van de tijd die hij verdacht achter te hebben gelaten. De haat bleek oppervlakkig en de maten gepast. Geen verassingen te vergeven en geen beter leven in dit hoogmoedige verval, noch bezwaren die hem talmen of angst lijken te bezweren. Zij beweren bij hoog en bij laag, zijn vragen omcirkelen zij traag om vaag en opspraak achter zijn rug te vermommen.

Het stoort hem en volmondig lucht hij hun stemmen door de kierende ruit. Buiten stuiteren snuiters vreemd en onbeholpen zonder hun buit, terug naar hun ruif. Aan moeders rok.

Hij gokt niet.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie