Bosjes

Nog net geen groen, het koele gras langs de zomer en de dromen die zich verliezen in de knisperende kiezels en het gefluister uit haar wuiven. Hij dacht dat ze toen ook eerlijk was en zuiver tranen huilde in de middag aan het raam. Ze gaan niet door.

Hij stoort zich onverhoopt dan toch terloops aan het goedkope plastic van haar retoriek, en plein public iets minder geestig dan men zou verwachten, al lacht de afgunst in gedachte vast haar vuistjes vol. Hij rolt daarop kruimels ingewikkeld, blaast vol mededogen zacht wat kringen de salon in en bespreekt hardop zijn laatste poging.

Droogjes druipt hij af te midden volslagen naamloze legers en hun knechten, smekend om restjes van wat zinnen die hij achterliet in de echo’s van haar vlechten, vechtend om wat voelt, echt en niet zo stoer als op de televisie.

Net niet.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie