Rekbaar strekt gekte

Terwijl uit het niets de leken vliegen en fladderend verwelken aan het kille raamkozijn, haalt hij schouders op en beweegt zich op het lome ritme en de lijnen van de zonden, de lede liederen kalm schallend door de zopas gevallen nacht.

Om in de kalme winterzon de razernij te lonken, hij kon dronken zijn en roezig in het incidentele converseren, hij leert nog als zij stellig zou beweren. Het was waar en waarachtig machtig mooi en prachtig bovendien, heel misschien een wonder, dat konden zij niet zien vanaf hun plaats aan de tafel in het midden.

Er zit zoveel nog in de rijen die gesloten in hun akkers wachten, hun lachend wuiven ontluikend als de morgen haar verschijnt. Er zijn momenten dat het kennen zich verliest in het dringende advies te verdwalen. Het verhaal vertalen in de tekens die de tijd niet zal verweren. In ere hersteld.



Dit artikel is geplaatst in Schrijfsels vanuit het donker en getagged , , . Bookmark hier de permalink.

Geef een reactie